donderdag 15 augustus 2019

De laatste dag in de Eifel


Gisteren was het helaas alweer zo ver: de laatste dag in de Eifel was aangebroken. Vorig jaar keek ik naar deze dag uit. Eindelijk weer naar huis. Dit jaar vind ik dat heel erg jammer. Het is hier gewoon fantastisch. Je kan hier overal fijn wandelen, je hebt spectaculaire uitzichten, het is over het algemeen niet echt druk hier. Wat wil een hondje meer? Voor de laatste dag stonden twee dingen op het programma. We zouden naar Bernkastel-Kues gaan, dat aan de Moezel ligt, en we zouden een wandeling maken bij Polch.




In alle reisgids over de Moezel staat dat je Bernkastel-Kues echt gezien moet hebben. Volgens de omschrijvingen is dat een schilderachtig dorp, dat tot de meest geliefde plaatsen langs de Moezel behoort. Ook wij wilden dat een keer zien. Aan de onderkant van het dorp ligt direct aan de Moezel een enorme parkeerplaats. Echt, zoiets heb ik nog nooit gezien. Volgens mij is die groter dan ons hele dorp. Je zou dan eigenlijk denken dat het geen enkele moeite kost om op zo’n grote parkeerplaats een plekje voor ons kleine autootje te vinden. Niet één plek, nergens. We hebben een paar keer rond gereden over de parkeerplaats in de hoop dat in de tussentijd iemand komt die misschien vertrekt. Maar nee hoor. Iedereen bleef staan. Na een half uur zoeken waren de baasjes het zat. We zijn gewoon vertrokken, zonder het dorp gezien te hebben.




Het vrouwtje wilde nog wat foto’s maken van de Moezel. Maar ja, waar? De auto konden we tenslotte niet kwijt. Toen we wegreden, moesten we over een brug rijden. Daar was het gelukkig niet druk. Het vrouwtje heeft gewoon de alarmlichten ingeschakeld, is uitgestapt en heeft een paar foto’s genomen. Juist op dat moment kwam een andere auto. Nou, die man werd echt boos op mijn vrouwtje. Jeetje zeg, je kan toch een beetje begrip tonen voor een paar gekke toeristen. Ik snap best wel dat dat niet zo fijn is als je daar woont en continu toeristen op zo’n brug blijven staan. Maar wat moet je anders? Zijn immers niet voldoende parkeerplaatsen in dat dorp.




Op de parkeerplaats in Polch was het gelukkig stukken rustiger en konden we de auto zonder problemen kwijt. Het vrouwtje had een leuke wandeling gevonden, zei ze, en die heette Paradiesweg Polch. Dat is een wandeling van 7,3 km. Nou, ik was benieuwd. Ik heb al vaker verteld dat wij eigenlijk niet zulke wandelaars zijn en dat is toch een behoorlijke afstand. Maar het was inderdaad de moeite waard. Je loopt voornamelijk langs weilanden. De paden zijn goed begaanbaar met een lichte stijging of daling. En de uitzichten zijn inderdaad prachtig. Je kunt heel ver kijken. Overal groen en niet alles volgestampt met huizen. Zelfs Romy hoorde je niet klagen. Ze heeft gewoon tot het eind vrolijk meegewandeld. Het weer was ook prachtig voor zo’n wandeling. Niet te warm en niet te koud en vooral droog.

 
De blokhut

’s Avonds hebben we nog een korte wandeling gemaakt bij de blokhut. Romy en ik mochten op het grasveld met de bal spelen. En dat was dus onze vakantie. Vanochtend zijn we weer naar huis gegaan. Jammer, was graag nog langer gebleven. Wat een mooie streek. Het vrouwtje heeft deze keer echt haar best gedaan om een leuke vakantiebestemming voor ons te vinden. We zijn allebei superblij met de vakantie. Was echt genieten.

dinsdag 13 augustus 2019

Herfst in de Eifel


Zoals ik gisteren al schreef, heb je in de Eifel en Moezel veel prachtige dorpjes. Vanochtend waren we in het dorpje Ediger Eller aan de Moezel. Ook dat is een klein dorpje met veel vakwerkhuizen. De ligging is gewoon fantastisch, direct aan de Moezel. We hebben een gezellige wandeling langs de Moezel gemaakt. Echt prachtig, de Moezelstreek. Hier zijn de bergen veel hoger dan in de Eifel. Soms voel je je hier ook een beetje opgesloten, want je hebt hier vaak een smal dal in het midden en rechts en links hoge bergen. Op de bergen groeien de druiven voor de Moezelwijnen. Hmmm, ik vraag me af hoe de mensen daar naar boven komen om de druiven te plukken. Het is best wel steil.




Daarna zijn we naar Bad Bertrich gegaan, waar je een grot en een waterval hebt. Het was niet zo makkelijk om de waterval te vinden. We stonden op een grote parkeerplaats, waar een kliniek of ziekenhuis was. Daar in de buurt moest het zijn, maar er stond niets aangegeven. Na veel zoeken zagen we aan de onderkant van de parkeerplaats een piepklein bord staan met een pijltje naar links. De waterval was gelukkig niet al te ver weg. Was wel weer zo’n smal hobbelig pad daar naartoe. En wat denken jullie? We komen daar aan en wat zien we? De waterval ligt direct aan de straat, waar we ook met de auto hadden kunnen komen. Hadden we eerder moeten weten. De waterval zelf en de kaasgrot (die heet zo omdat je denkt dat daar kazen liggen) waren verder niet spectaculair.

 
De Moezel bij Ediger Eller

’s Middags waren we nog een keer in Wallenborn bij de Brubbel. Jullie zullen nu wel denken wat moesten ze daar nou voor de tweede keer. Nou, dat is een langer verhaal. Het vrouwtje had de eerste drie dagen flink wat foto’s gemaakt. Als we op vakantie zijn, gaat het baasje tussendoor de foto’s van de geheugenkaart op een harde schijf zetten. Mocht de geheugenkaart het begeven, dan hebben we de foto’s in ieder geval nog. Op de derde avond ging het baasje aan de slag met het uploaden van de foto’s. Ineens krijgt hij een melding, waarin staat dat hij de geheugenkaart moet formateren. Baasje is meteen gestopt en het vrouwtje heeft het kaartje weer in de camera gedaan. Helaas kreeg ze ook daar meteen de melding dat ze de geheugenkaart moet formateren. Of er nog foto’s op staan, weten we dus niet. We hebben daarom besloten om alle locaties van de eerste dagen nog een keer over te doen.




Toen we de eerste keer in Wallenborn waren, was het lekker warm. De zon scheen en iedereen was zomers gekleed. Nu leek het ineens herfst. Het was koel en regende een beetje. Deze keer was het ook veel drukker. Vrouwtje heeft wel foto’s gemaakt, maar helaas met een hoop mensen erop.

 
Meerfelder maar

Daarna zijn we nog een keer naar het Meerfelder maar, waar we ook al eerder waren. Dat vond ik nou helemaal niet erg om over te doen. Prachtige omgeving en je kunt er heel fijn wandelen. Ook hier moest het vrouwtje natuurlijk weer foto’s maken. Romy en ik moesten op diverse boomstammen gaan zitten voor de foto’s. Vonden we helemaal niet erg. We hebben weer heerlijk genoten. Het weer bleef helaas slecht. Toen we terug naar de blokhut reden, viel er behoorlijk veel regen. 


maandag 12 augustus 2019

Pfff, druk


De afgelopen dagen hebben we al verschillende dorpjes in de Eifel en Moezelstreek bezocht die echt prachtig waren. Vandaag stond het volgende bezoek aan zo’n sprookjesachtig dorp op het programma. Deze keer gingen we naar Monreal. Ook dat is een klein dorpje met nog geen duizend inwoners. Al die dorpjes hier zijn prachtig, maar Monreal heeft op de een of andere manier iets bijzonders. Je hebt daar huizen die helemaal schuin zijn. Bij sommigen denk je dat de voorkant naar beneden valt. Ziet er echt heel apart uit. De vakwerkhuizen zijn hier ook rood-wit. Oogt een stuk vrolijker.

 
Monreal

Na de bezichtiging van Monreal zijn we naar Daun gegaan. Het vrouwtje moest namelijk een nieuwe geheugenkaart voor haar camera hebben en daar heb je een fotozaak. Je hebt hier vele mooie dorpen, maar weinig winkels. Rechts en links zie je nog een bakker, slager en een kleine supermarkt, voor andere winkels moet je naar een stad en die heb je hier niet in grote aantallen. Daarna wilden we eigenlijk een wandeling maken bij de Dauner maren. Na even gekeken te hebben, besloten we echter dat dat weinig zinvol is. Was weinig bijzonders te zien.




De volgende halte was Cochem aan de Moezel, dat vrij dicht in de buurt ligt. Dat dorp is ongeveer vijf keer zo keer als Monreal, dus eigenlijk ook niet echt groot. Je had echter meteen het gevoel in een grote stad beland te zijn. Overal mensen, auto’s, treintjes voor toeristen waarmee je een rondrit kon maken, restaurants, winkels en noem maar op. Was, zeg maar, de Eifelse variant van Mont-Dore. De andere mensen schenen dat allemaal prachtig te vinden. Die liepen van de ene winkel naar de andere, beladen met zakken en tassen. Overal hoorde je mensen in het Nederlands praten. Wij waren volgens mij de enigen die daar helemaal niets aan vonden. De baasjes hebben in een restaurant iets gegeten en daarna zijn we snel ervandoor gegaan. Niets voor ons, dat Cochem. We gingen terug naar de blokhut om wat uit te rusten. ’s Avonds wilden we namelijk ook nog iets doen.




Gisteravond hebben een wandeling gemaakt om het Ulmense maar. Je hebt in Ulmen ook een Jungfernweiher. Dat is een meer en dus niet van vulkanische oorsprong. Dat is veel groter dan het maar en ook veel mooier. Het is wel een behoorlijke wandeling om het meer, maar we waren vastbesloten om helemaal rond te wandelen.

 
Jungfernweiher Ulmen

Helaas kan je op de meeste plekken niet dicht bij het water komen. Je hebt overal riet bij het water. Is dus niet zo verstandig om daar te komen. Beetje jammer, want wij vinden water altijd leuk. Zwemmen is niets voor ons, maar pootjesbaden is echt ons ding. Deze keer vonden we dat echter niet erg. Je had overal kronkelende paden en daarnaast veel ruimte voor ons om te rennen. Gelukkig ook weinig mensen die we konden verstoren.




Op een paar plekken kon je wel wat dichter bij het water komen. Daar had je een steiger en bootjes. Zag er mooi uit. Dit is nou echt vakantie. Lekker rennen met elkaar, wandelen, lol hebben. Romy en ik hebben er volop van genoten.

zondag 11 augustus 2019

Roscheider Hof en Irreler watervallen


Vanochtend stond een bezoek aan het openluchtmuseum Roscheider Hof in Konz op de planning. Dat is een stuk kleiner dan het openluchtmuseum in Arnhem, maar niet minder interessant. Ze hebben daar klein dorpje en een gehucht, met allerlei gebouwen die van binnen bezichtigd konden worden. Er was bijvoorbeeld een café en het huis van een weversgezin. Romy en ik mochten helaas niet mee naar binnen. De baasjes moesten dus om de beurt gaan kijken.




Een kamer van vroeger

Het leukst was het grote hoofdgebouw. Daar was een winkelstraat, met onder andere een hoedenwinkel, de spreekkamer van een dokterspraktijk, dames- en herenmodezaak, een lampenmanufactuur enzovoort. Ook was er een architectenkantoor uit de tijd waar architecten nog aan de tekentafel huizen ontwierpen. De winkelstraat was zodanig opgezet, dat je je meteen decennia terug in de tijd gezet voelde.




In het hoofdgebouw waren ook verschillende beroepen uit de twintigste eeuw te zien. Je had een bakker, slager, een apotheek waar talloze bruine flesjes stonden, een praktijk van een tandarts met heel aparte apparatuur en een kruidenierswinkel. Daar kochten mensen vroeger hun levensmiddelen. De kruidenier had echter ook een sociale functie, want hier hoorde je ook hoe het met een zieke dorpsbewoner ging en of de koe van een boer al gekalfd had. Sociale media kenden ze in die tijd immers niet. Jammer dat Romy en ik ook hier niet mee naar binnen mochten.

 
Irreler watervallen

’s Middags zijn we naar Irrel gereden, waar de gelijknamige watervallen liggen. Nou ja, waterval is eigenlijk een te groot woord, het is eerder een soort stroomversnelling. We hoefden niet ver te wandelen, het is slechts een klein stukje lopen vanaf de parkeerplaats. Er zijn twee mogelijkheden om de waterval te bekijken: je kan op een houten brug gaan staan en de waterval van bovenaf bekijken, of je blijft beneden en bekijkt de waterval van daar uit. In het laatste geval houdt dat echter in dat je over een hoop keien moet klimmen. Voor Romy en mij is dat totaal geen probleem. Wij vonden dat superleuk. Is ook niet zo moeilijk met vier pootjes. De mensen hebben er meer moeite mee. Soms niet zo handig om slechts op twee beentjes te lopen. Het baasje probeerde het op mensenmanier, dus op twee benen. Ging niet zo denderend. Het vrouwtje was slimmer. Die gebruikte ook haar handen en dat ging echt goed.




Vanavond hebben we een wandeling gemaakt om het Ulmense maar. Dat is vrij klein en daar valt ook weinig te zien. Vonden wij niet zo erg. Wandelen is altijd leuk, maakt ons niet uit waar. 

Het Ulmense maar

zaterdag 10 augustus 2019

Niet alles klopt


Vóór we op vakantie gaan, gaat het vrouwtje op internet uitzoeken wat we allemaal kunnen bezichtigen. Overal stond dat je naar burcht Satzvey moet als je in de Eifel bent. Volgens de omschrijvingen is dat namelijk ‘één van de mooiste waterkastelen’ en dat moet je dus gezien hebben. Rondleidingen zijn uitsluitend in het weekend.

 
Burcht Satzvey

Vanochtend vertrokken we daarom naar Mechernich. Het was nog een behoorlijke afstand, maar ja, voor zo’n prachtig kasteel moet je wat over hebben. Toen we bij het kasteel aankwamen, moesten we eerst een parkeerplaats zoeken. Was niet zo makkelijk, want je hebt er amper parkeerruimte. Vreemd. Waar moeten al die mensen hun auto kwijt? Het kasteel zag er aan de buitenkant niet onaardig uit. Voor de rest was er helaas absoluut niets te doen. Er was geen bezichtiging en je kon er ook niet omheen wandelen. Dat was echt een teleurstelling. Er waren ook bijna geen mensen. Na vijf minuten zijn we weer vertrokken.

 
Blankenheim

Gelukkig hadden we nog meer punten op de lijst staan. We gingen vervolgens naar Blankenheim. Dat ligt aan de westrand van het Ahrgebergte, daar heb je veel vakwerkhuizen en bovendien is dat de bron van de rivier de Ahr. Ook hier was het overigens uitzonderlijk rustig. Het dorpje was inderdaad de moeite waard. Toen we in de buurt van de kerk waren, kwamen we twee nonnen tegen, met wie de baasjes aan de praat raakten. Het vrouwtje zei op een gegeven moment dat ze Blankenheim echt een mooi dorp vindt. Één van de nonnen legde meteen uit dat het woord ‘dorp’ een belediging is. Dat wil men hier absoluut niet horen. Blankenheim is een ‘Fleck’ en geen dorp. Geen idee wat een ‘Fleck’ is. Misschien zoiets als een gehucht? Blankenheim heeft zo’n achtduizend inwoners, dus voor een gehucht is dat een beetje groot. Allemaal een beetje raar. Voor ons is dat gewoon een dorp. Klaar.




Volgens internet is klooster Niederehe in Űxheim ook iets dat je absoluut gezien moet hebben als je in de Eifel bent. Dat zou namelijk ‘bijzonder bezienswaardig’ zijn. Onze verwachtingen waren dus groot. Het klooster zag er leuk uit aan de buitenkant, maar het wauw-effect had het toch niet. Hetzelfde gold voor de binnenkant. Dus ook hier waren we relatief snel klaar.




In de buurt van Űxheim is ook een waterval: de Dreimühlen waterval. Die wordt overigens ook de Nohner waterval of Drömmeler Spröetz genoemd. Internet had ons al van tevoren gewaarschuwd: de waterval zelf is eigenlijk niets bijzonders. Er is wel iets bijzonders mee aan de hand. De waterval groeit namelijk jaarlijks tussen de 8 en 10 centimeter. Of dat echt klopt, kunnen we niet controleren. Misschien moeten we over een paar jaar nog een keer gaan kijken.

 
Klooster Niederehe

Het was niet zo makkelijk om de waterval te vinden. Is altijd de ellende met watervallen, want die zijn altijd ergens in een bos en daar heb je geen straatnamen. Het vrouwtje had wel een adres opgeschreven, maar dat bleek niet te kloppen. Ons navigatiesysteem stuurde ons de verkeerde kant op. Na wederom op internet gezocht te hebben, lukte het uiteindelijk om de parkeerplaats te vinden. En daarna moesten we wandelen.




Er waren twee wandelroutes: eentje van 400 meter en eentje van 2 kilometer. We kozen voor de korte route. Al snel ontdekten we dat dat de route was voor de echte sportievelingen. We moesten op een smal pad lopen, dat omhoog en omlaag ging en waar je van alles tegenkwam: boomstammen, stenen, rotsen. Voor ons liep een groepje Belgen. De dames van dat groepje hadden sandalen aan, die totaal niet geschikt waren voor zo’n klimpartij. Je hoorde ze ook continu roepen ‘ik durf dat niet’ en ‘ik glijd uit’. Leedvermaak is natuurlijk niet netjes, maar we hebben er wel ontzettend om moeten lachen.




Bij de waterval was het behoorlijk druk. Was inderdaad niet echt spectaculair, maar wel leuk om te zien. Op de terugweg kozen we voor de lange route. Dat was een weg door het bos met een breed pad, waar we heel gezellig naast elkaar konden lopen. Tja, de kortste route is dus niet altijd de slimste keuze.




’s Avonds was het gelukkig droog. We besloten om hier in de omgeving een beetje te wandelen. We zitten hier boven op een berg en de boerderij is het enige gebouw in de omgeving. Je kan op een smal weggetje naar beneden wandelen, langs de vlierbessenbomen. Op een gegeven moment kwamen we op een groot grasveld terecht en aan het eind daarvan zou een beek liggen. Stond echter geen water in. Ons maakte het niet uit. Romy en ik konden heerlijk rennen op dat grasveld. Was echt genieten. Wat een super vakantie is dit toch. Ben helemaal blij.

vrijdag 9 augustus 2019

Toch weer afgronden


Zoals ik gisteren al vertelde, ligt het dorpje Alflen direct in de buurt van de Moezel. Het is van hier uit slechts 18 Kilometer naar Cochem. Dat is heel fijn, want op die manier kunnen we van beide gebieden iets zien. Inmiddels weten we al dat het weer in beide gebieden totaal verschillend is. Hier in de Eifel is het een stuk kouder en regent het kennelijk vaker. Aan de Moezel schijnt veel vaker de zon. Daar heb je ook bijna overal wijnbergen, die hebben veel zon nodig.

 
Beilstein

Vanmorgen zijn we eerst naar de Moezel gegaan. Daar ligt het dorpje Beilstein. Is echt piepklein, heeft slechts 131 inwoners. Dat dorpje is echt prachtig. Overal waar je kijkt zie je vakwerkhuizen, die typisch zijn voor deze streek. Alle huizen zijn verschillend. Bij sommige huizen is het hout helemaal recht, maar je hebt ook huizen waar dat allemaal heel schuin is. Heel grappig. Het vrouwtje was bang dat daar veel toeristen op af zouden komen en daar was ze niet zo blij mee. Het vrouwtje wil namelijk altijd foto’s maken en met talloze toeristen is dat niet zo makkelijk. Het viel echter reuze mee met de drukte. Een paar fietsers en verder was het rustig.




Daarna zijn we naar het dorp Treis Karden gegaan. Ook dat ligt aan de Moezel. Het dorp zelf was niet zo interessant. Wij kwamen daar om de kerk St. Castor te bezichtigen. Die was niet onaardig, maar ook weer niets bijzonders, vonden de baasjes. Ik denk dat zij een beetje verwend zijn geraakt sinds we in Beieren waren, want daar was de ene kerk mooier dan de andere.

 
Burcht Metternich in Beilstein

We zijn verder gereden naar Wierschem, waar burcht Eltz ligt. Dat is een sprookjesachtige burcht, die op een steile rots ligt. Het vrouwtje maakte zich daar wel zorgen over, want hoe kom je bij de burcht? Toen we daar aankwamen, zagen we dat er twee mogelijkheden waren. Je kunt naar de burcht lopen, of je kunt met een shuttlebus gaan. De keuze was snel gemaakt. Toen we op de parkeerplaats uitstapten, zag het vrouwtje aan de ene kant diepe afgronden. Om naar de burcht te komen, moest je langs die afgronden wandelen. No way. Dat zag ik mijn vrouwtje echt niet doen. Het werd dus de shuttlebus.




De reis met de bus was echter ook angstaanjagend. Om naar de burcht te komen, moet de bus op een weg rijden die steil onlaag gaat. Overal zijn krappe bochten. De bus kon slechts in de eerste versnelling rijden en de chauffeur moest continu remmen. Mijn vrouwtje werd helemaal bleek en ook ik had er niet zo’n goed gevoel bij. Gelukkig duurde de rit slechts een paar seconden, maar we waren echt blij toen we weer konden uitstappen.

 
Burcht Eltz

Het vrouwtje wilde de burcht graag bezichtigen. Ze had er echter weinig vertrouwen in dat dat lukt. Ze durfde amper naar de burcht te lopen, direct naast de muren van de burcht waren diepe afgronden. Wat doe je in zo’n geval? Precies: je stuurt eerst de baas op de rondleiding, zodat hij de situatie kan verkennen. Echt iets voor mijn vrouwtje. Wij gingen met zijn drieën in een hoekje op een trap zitten. Een uur later kwam het baasje weer terug. Vrouwtje zou niet eens bij de ingang komen, vertelde hij. Overal afgronden. Nee, dat zag mijn vrouwtje niet zitten. Dus dan maar geen bezichtiging. We zijn terug naar de bushalte. Nu moest het busje de berg weer op, wat net zo eng was. Nou, voor ons hoeft burcht Eltz niet meer. Was er ook stervensdruk.

 
Landschap bij het Laacher meer

Daarna zijn we nog een keer naar de abdij Maria Laach om daar een rondwandeling te maken. Helaas begon het op weg daarnaartoe al licht te regenen en toen we daar aankwamen was het behoorlijk aan het regenen. De baasjes besloten om eerst iets te gaan eten. Gelukkig werd de regen minder en toen de baasjes klaar waren met eten begon de zon weer te schijnen. We hebben een leuke wandeling gemaakt.

 
Abdij Maria Laach

We verheugden ons op een avond op ons terras. Helaas begon het al op de vroege avond te onweren en niet een beetje ook. De hemel was helemaal grijs. Het prachtige Eifel landschap verdween uit het zicht en veranderde in een grijze massa. En het bleef regenen. Helaas geen terras voor ons. Laten we hopen dat het morgen weer beter is.

donderdag 8 augustus 2019

Hop hop op naar de Eifel


De maandag begon raar. Beide baasjes waren ineens de hele dag thuis. Het vrouwtje was druk bezig met allerlei lijstjes maken en ook het baasje was anders dan anders. Ik had al meteen zo’n vermoeden: we gaan weer op vakantie. Eigenlijk vind ik vakantie altijd heel leuk. We gaan dan altijd veel wandelen, je ziet andere dingen, soms komen we andere leuke hondjes tegen en de baasjes hebben de hele dag voor ons tijd. Maar sinds vorig jaar ben ik niet meer zo te spreken over vakantie, want dat was echt een nachtmerrie. Dus ik hoop maar dat het vrouwtje dit jaar weer iets leuks heeft verzonnen. Het vrouwtje stelde me gerust. Deze keer zouden we naar een locatie gaan, die helemaal geschikt is voor Romy en mij. Nou, we zullen zien.

 
Romy en ik bij 'der Brubbel'

Dinsdagochtend hebben de baasjes de spullen in de auto geladen en we vertrokken naar een voor ons onbekende bestemming. Na ongeveer drie uur stopten we. Het vrouwtje riep: ‘Zo, we zijn er meiden’. Ik was nogal verbaasd, lag net zo mooi te dromen. Dat ging snel. Toen ik uitstapte werd ik meteen blij. We waren midden op het plattenland, in het kleine dorpje Alflen in de Eifel. De baasjes hadden een blokhut gehuurd op een boerderij. De hut is gewoon fantastisch en behoorlijk groot. Ook is er een omheind terras, met uitzicht op de vlierbessenbomen van de boerderij en in de verte zie je het prachtige landschap van de Eifel. Helemaal top vrouwtje! Mijn vakantie kan beginnen.

De eerste dag hebben we niet al te veel gedaan. De baasjes moesten eerst alle spullen opruimen en daarna moesten we boodschappen gaan doen. ’s Avonds wilden we eigenlijk een beetje in de omgeving wandelen, maar toen kwam er onweer en viel het met bakken uit de hemel.

 
Geiser Wallenborn

Het vrouwtje maakt altijd van die lijstjes waarop staat waar we iedere dag naartoe gaan en wat daar te zien valt. Gisteren zouden we volgens dat lijstje naar de Moezel gaan, maar de weersvoorspellingen voor die regio waren ontzettend slecht. Dus werd het programma aangepast en bleven we in de Eifel. De Moezel is hier vlakbij, dus we kunnen hier alle kanten op.




Ons eerste uitstapje ging naar burcht Lissingen in Gerolstein. Daar viel echter niet veel te zien, de burcht wordt namelijk op dit moment gerestaureerd. Dus verder naar het volgende punt. Dat was een bezoek aan de koudwatergeiser in Wallenborn. We zitten hier in de Vulkaaneifel. Duizenden jaren geleden waren hier vulkanen, zegt het vrouwtje, en dat kan je hier nog goed merken. Je hebt hier bijvoorbeeld geisers, die zomaar water metershoog de lucht in sproeien. De geiser van Wallenborn is daar dus eentje van. Om de 35 minuten zie je een prachtige waterzuil, die volgens omschrijving tot vier meter hoog kan worden. Dat hebben we helaas niet gezien. Was hooguit zo’n twee meter. Daarna blijft de geiser nog zo’n vijf minuten naborrelen en dan heb je overal water. In de volksmond wordt de geiser ook ‘der Brubbel’ genoemd. Geen idee wat dat precies betekent, maar vind dat wel grappig klinken.

 
Meerfelder maar

’s Middag zijn we naar het Meerfelder maar gereden. Ook dat heeft te maken met de vulkanische historie van dit gebied. Een maar is een meer dat gevormd is in de kraters van een vulkaan. Hmmm, voor ons hondjes maakt dat geen verschil, water is water, maar mensen vinden dat soort dingen kennelijk heel belangrijk. Hoe dan ook, het Meerfelder maar is in ieder geval prachtig. Je kan er prima wandelen en je hebt prachtige uitzichten op de bergen. Dat was echt iets voor ons. ’s Avonds zijn we ook nog naar een ander maar wezen kijken, namelijk  het Ulmener maar, dat bij ons in de buurt is. Dat is een stuk kleiner en minder mooi.

 
Abdij Maria Laach

Vandaag stond een bezoek aan de abdij van Maria Laach op het programma. Van buiten is dat een hele mooie kerk om te zien. Binnen valt niet zo veel te zien, zeggen de baasjes. Wij mogen helaas niet mee naar binnen, dus kunnen we ons zelf geen oordeel vormen. Ook was er beeldhouwkunst te bewonderen. Dat was echt mooi om te zien. Meisjes, jongetjes en verschillende diertjes stonden daar. De baasjes werden allebei op slag verliefd op een beeld van een meisje en een jongen, die samen op een bankje zaten. Ze waren het er meteen over eens: dat beeld zou heel goed in onze tuin passen. Bij alle andere beeldjes stond er een prijs bij en daar werd je al duizelig van. Iets met drie nullen. Bij dat beeld stond niet hoe duur dat was, maar aangezien dat een stuk groter was dan de andere beeldjes, was het niet zo moeilijk om te concluderen dat zo’n beeld niet voor de baasjes is weggelegd.




In de buurt van de abdij ligt ook het Laacher meer. We wilden een wandeling om het meer maken, maar dat bleek niet mogelijk te zijn. Je kon wel om het meer heen wandelen, maar dan zag je het meer niet. Dus dat was niet wat wij wilden. We zijn daarom verder naar Rieden gereden, waar we de wandeling ‘Riedener Seeblick’ wilden lopen. De eerste kilometers ging het prima. We konden gewoon op ons gemak wandelen. Daarna bleken we toch weer te moeten klimmen. Nee, niets voor ons, we hebben nog genoeg van de klimpartijen van vorig jaar. Dus dan maar weer terug.




Vanavond was het gelukkig droog en niet al te koud. We hebben gezellig op het terras gezeten en van het schitterende uitzicht genoten. Heerlijk. Zo vinden wij vakantie leuk.