zaterdag 9 september 2017

Füssen en Seeg


Na de vermoeiende wandeling van eergisteren besloten de baasjes om het gisteren wat rustiger aan te doen. Op een paar kilometer afstand ligt het dorpje Füssen, waar ook diverse interessante gebouwen staan. Op een heuvel staat een prachtig kasteel en onderaan een klooster (klooster Sankt Mang). Van de parkeerplaats was het maar even lopen naar het kasteel. Was wel klimmen, want zoals ik al schreef, staat dat op een heuvel. Ook andere mensen brachten een bezoek aan het kasteel en liepen met ons de heuvel op. Sommigen waren helemaal gefascineerd door ons en we kregen heel veel aandacht.

 
Slot Fussen

Niet iedereen wist dat wij shelties zijn, ze denken allemaal dat wij een Schotse collie zijn die nog moet groeien. Heel geduldig gaat het vrouwtje dan telkens uitleggen dat we shelties zijn, dat dat een ander ras is en dat we niet meer zullen groeien. Ondanks de uitgebreide uitleg zijn niet alle mensen meteen overtuigd. Je ziet aan ze dat ze dat slechts moeilijk kunnen bevatten. 

Bij het kasteel zelf was er weinig te doen. Je kon wel helemaal via de toren naar boven klimmen, maar daar hadden de baasjes weinig zin in. Het gebouw was wel indrukwekkend. Ook het klooster was prachtig. Net als gebruikelijk mochten wij hondjes niet mee naar binnen, maar de baasjes gingen om de beurt wel even kijken.

 
Klooster St. Mang

Füssen zelf is niet echt groot, maar wel heel erg mooi. We hebben er nog een beetje rondgewandeld. Net als in ieder dorpje of stadje heb je er verschillende winkels en een hoop mensen. De meesten waren toeristen, die net als wij alles uitgebreid wilden bekijken. En net als overal waar veel toeristen komen, heb je van die winkeltjes waar je allerlei prularia kunt kopen. Ook mijn vrouwtje moest al die winkeltjes in om iets te zoeken, dat ze in de keuken kan neerzetten. Na veel heen en weer viel de keuze op een miniatuur van Neuschwanstein, dat we alleen uit de verte hebben gezien.

 
Het klooster van binnen

Na op een terras een kopje koffie te hebben gedronken en wij een slokje water, vertrokken we weer naar een rustigere bestemming. We gingen naar een klein dorpje in de buurt, naar Seeg, waar één van de mooiste kerkjes van het Allgäu staat: het kerkje St. Ulrich. Het dorpje op zich is al een bezienswaardigheid. Piepklein, maar schitterend in de bergen gelegen, met adembenemende uitzichten.

 
Kapelletje op weg naar Seeg

Het kerkje zelf is behoorlijk groot, zou je niet verwachten op zo’n piepklein dorpje. Na de bezichtiging waren de baasjes echt onder de indruk, was inderdaad het mooiste kerkje dat ze hier hebben gezien. Het was van binnen in zacht roze kleuren geschilderd. Helaas waren ze het kerkje net aan het restaureren, waardoor het een beetje moeilijk was om alles te fotograferen.




’s Avonds werden de baasjes avontuurlijk. Op loopafstand van ons huis was een restaurant, waar Beierse specialiteiten geserveerd werden. Daar gingen we dus eten. Ikzelf had er toch een beetje mijn twijfels over, maar ik liet me verrassen. Wordt zeker weer hilarisch, dacht ik. En ja hoor, het was weer lachen. De baasjes snapten helemaal niets van de menukaart. Het vrouwtje koos na lang wikken en wegen voor een gerecht dat ‘Maultaschen’ heette en waarvan ze geen enkel idee had wat dat was. Het enige dat ze wist, was dat het iets met spinazie was. Toen het eten werd opgediend, was de verbazing groot. Op het bord lagen namelijk ravioli en daar zat inderdaad spinazie in. “Nou zeg”, mopperde het vrouwtje, “hadden ze dat niet gewoon op de menukaart kunnen zetten dat dat ravioli zijn?” Het viel te eten, maar echt denderend was het niet.

 
St. Ulrich in Seeg

Tja, en dat was alweer de laatste avond van onze vakantie. Vanmorgen moesten we vroeg op en moesten helaas alweer afscheid nemen van de bergen. In tegenstelling tot de heenreis zouden we nu in één keer naar huis rijden. Ik zag er eigenlijk een beetje tegenop, zoveel uren in de auto. De heenreis in etappes heeft veel langer geduurd dan gedacht, dat zou dus een behoorlijke rit worden. Viel echter reuze mee, want nu konden we gewoon doorrijden. Onderweg begon het echter ineens heel hard te regenen. Het vrouwtje had de ruitenwissers op de snelste stand, maar je zag nog niets. De weg stond deels echt blank. Gelukkig klaarde het snel weer op.

 
St. Ulrich van binnen

En nu zijn we weer thuis in ons eigen huisje. Thuis is het altijd fijn, maar ja, zo’n vakantie vind ik altijd heerlijk. Is toch een keer heel iets anders, ook voor ons hondjes. Ik verheug me alweer op de volgende vakantie. Onderweg hoorde ik de baasjes daar al over praten, dus ik weet al waar we volgend jaar naartoe gaan, maar dat verklap ik nog even niet. Zo, en nu even met het vrouwtje een ommetje maken en kijken of we een paar van onze vriendjes tegenkomen. Kort vóór onze vakantie is overigens mijn beste vriend Gino verhuisd. Zomaar, gewoon weg, samen met zijn baasjes. Ben er heel erg treurig om, want Gino was mijn beste vriend vanaf het eerste uur, en ook Romy kon er supergoed mee opschieten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten